Dressuur

Dressuur is een gymnastische basis van de paardensport. Dressuur betekent eigenlijk het gymnastiseren en het gehoorzaam maken van het paard door de ruiter. Daarmee is het de basis van alle andere ruitersporten, maar dressuur kan ook zeer de moeite waard zijn om het te beoefenen.

 

Een klein stukje geschiedenis

XenophonEen paard is oorspronkelijk niet geboren om te berijden, daarom moet dit worden aangeleerd bij een paard. Al in de Griekse oudheid was men hiermee bezig dit te beoefenen. In de boeken van Xenophon werd dit beschreven, dit zijn één van de oudste vondsten over het beoefenen van paardensport in de Oudheid. Oorspronkelijk was een paard bedoelt voor in de cavalerie bij de Grieken, maar dit kon niet zomaar. Men vond het ook mooi om wilde paarden te temmen. Het was belangrijk om een paard zijn spieren goed te laten beheersen, dus lieten de Grieken het paard ‘dansen.’

In de 14e eeuw kwam er meer en meer aandacht voor het trainen van de paarden. De hogeschool ontstond en dit was voornamelijk populair bij de hoge adel. In 1733 schreef Francoise de La Guérinière een boek waarin hij alle gangen en dressuuroefeningen beschreef. Vooral het afremmen van de paarden door kleine ophoudingen en het schouderbinnenwaarts rijden waren belangrijke uitvindingen destijds. Tijdens het Klassisisme werd de manier van oorlog voeren versneld, mede dankzij de uitvinding van buskruit en het toepassen daarvan. De eerste keer dat er dressuur werd beoefend op wereldniveau was in 1912 op de Olympische Spelen.

Training

Omdat een paard niet gebouwd is om mensen te vervoeren, moest er een balans worden gevonden tussen mens en paard. De ruiter van het paard moet leren de bewegingen van het paard te volgen. Een ruiter moet de paard zo onafhankelijk mogelijk volgen en de spieren van beiden afzonderlijk leren gebruiken van elkaar en het het paard niet storen in zijn bewegingen. Het paard moet zijn lijf zo fysiek correct mogelijk leren te gebruiken tijdens de trainingen. Ook moet je merken dat het paard daar plezier in heeft en dat fijn vindt. Tijdens trainingen maakt men gebruik van de natuurlijke beweging van het paard en zijn instinct waaronder zijn kuddegedrag (de ruiter is de leider en het paard volgt) en vluchtgedrag (snel maken aan de ruiters beenhulpen leert men het paard in eerste instantie het paard te laten ‘vluchten’ voor de ruiters been). Zo is de ruitersport ontstaan.

Doelstelling volgens het klassieke dressuur

1. Takt: Elke pas wordt met dezelfde kracht, regelmaat en afdruk gemaakt, simpel gezegd: alle passen moeten in hetzelfde ritme zijn;
2. Ontspanning: Het paard ontspant zich zowel mentaal als fysiek;
3. Aanleuning: Een constante, ontspannen verbinding van de achterhand naar de voorhand van het paard, terug naar de hand van de ruiter, simpel gezegd: het paard geeft aan beide teugels dezelfde, ontspannen verbinding en volgt te allen tijdje de hand van de ruiter;
4. Impuls: De voorwaartse drang van het paard, opgewekt én gecontroleerd door de ruiter, simpel gezegd: het paard geeft de ruiter elke pas het gevoel uit zichzelf voorwaarts te willen in het tempo dat de ruiter aangeeft;
5. Rechtgerichtheid: De linker- en rechterzijde van een paard zijn gelijk verdeelt, in balans dus, en zijn spieren aan beide zijden even sterk en lenig zijn en
6. Verzameling: Het gewicht in mindere-, of meerdere maten op de achterhand dragen.

Dressuursport

Het beheersen van dressuur wordt gezien alsDressuurtraining voorwaarde voor het beoefenen van andere disciplines binnen de paardensport. Je hebt minstens één punt nodig in de dressuur om mee te doen met de springsport. Landen die sterk zijn in dressuur zijn Nederland, Duitsland, Spanje, Verenigde Staten en Frankrijk. De wereldwijde nummer één dressuuramazone is onze Nederlandse trots Anky van Grunsven. De leerling van Anky van Grunsven, Edward Gal, is de nummer twee op de wereldranglijst. Deze lijst wordt bijgehouden door BCM en FEI samen, onder de naam Dressage Rider’s World Rankings List.

Hogeschooldressuur

Onder hogeschooldressuur verstaat men paardendressuur met bewegingen als capriole en levade. Dit is het hoogste niveau binnen het dressuur wat haalbaar is. Er bestaan oefeningen op de grond (pirouette, passage, piaffe, terre à terre, Spaanse draf) en oefeningen boven de grond (ballotade, courbette, croupade, levade, pesade). Hogeschool wordt in de Spaanse rijschool in Wenen en door de ruiters van het Carde Noir in Frankrijk beoefend.

Hogeschooldressuur wordt niet in wedstrijd vorm beoefend. De scholen die de grond technieken beoefenen worden ook door dressuurruiters op de hoogste niveaus van de wedstrijdsport gereden. Het hoogst haalbare niveau binnen de dressuur is de ‘Grand Prix’ met elementen uit de hogeschool als piaffe, passage, pirouette, wissel om de pas en andere hogeschool technieken. Omdat de kunsten op de hogeschool van het africhten al eeuwenoud is, noemt met deze methode ook wel de ‘klassieke rijkunst’. Dit is weliswaar een iets verouderde term: ook een ruiter die geen vergevorderde oefeningen rijdt, maar wel te werk gaat volgens de ‘klassieke methode’ in tegenstelling tot westernrijden, beoefent de ‘klassieke rijkunst’.

hogeschool dressuur